Documentatie

Instellingen

De naam, het web-container-ID en de configuratie uit Tag Manager — wat elk veld doet en wat er gebeurt als je een meetserver verwijdert.

Elke meetserver heeft drie velden. Ze staan op het scherm van de meetserver zelf, onder Gegevens en Instellingen.

Naam

Waaraan jij hem herkent in de lijst. Puur voor jezelf; hij komt nergens in het verkeer terug.

Configuratie uit Tag Manager

De configuratiestring van je servercontainer. Die haal je in Google Tag Manager op onder Beheer, bij je servercontainer.

Dit is wat de meetserver aan Google koppelt. Zonder deze waarde weet je container niet welke tags hij moet draaien. Wijzig je hem, dan pakt de meetserver de nieuwe configuratie op — dat is ook de weg als je een container vervangt.

Je web-container-ID

Het GTM-XXXXXXX van de web-container op je site, niet van de servercontainer.

Dit veld doet één ding: het maakt de controle mogelijk. Tagyard vraagt je meetserver of hij het snippet voor dit ID levert. Staat het er niet, dan blijft de controle leeg met de melding dat de loader niet te controleren is. De meetserver werkt gewoon zonder. Zie De controle.

Een meetserver verwijderen

Dat is definitief en je krijgt er een bevestiging voor. Wat er gebeurt:

  • De tagging- en previewserver worden opgeruimd.
  • De meetadressen die eraan hingen antwoorden niet meer.
  • Je verkeersgeschiedenis verdwijnt mee.

Wat blijft staan is alles bij jou: je meetplan, je tags en je triggers staan in je eigen Google Tag Manager, en het CNAME-record staat in je eigen DNS. Dat record wijst na het verwijderen nergens meer heen, dus haal het zelf ook weg.